ZONDAGEN DOOR HET JAAR
17e zondag: Heer, leer ons bidden
Genesis 18,20-32
Kolossenzen 2,12-14
Lucas 11,1-13
Jezus
was aan het bidden. Met zijn leerlingen om zich heen. Toen hij ophield zeiden
zijn leerlingen: ‘Heer, leer ons bidden.’
Jezus
gaf hen, uiterst kort, heel rijk maar uiterst eenvoudig de woorden die wij
kennen als het Onze Vader. De leerlingen zeggen niet: geef ons een gebed, maar:
léér ons bídden. Blijkbaar hebben ze aan Jezus iets gezien, ervaren, dat hen
diep heeft geraakt, dat ze zelf ook graag zouden willen. Mensen spreken dat ook
wel eens uit: Ik zou willen, dat dat aan mij zou gebeuren, zó geconcentreerd in
gebed verzonken te mogen zijn, zó stil! Uit zulke woorden spreekt een diep
verlangen, een verlangen om tot gebed te komen, een hoop dat er iets zou mogen
gebeuren tussen jou en God.
We
hebben zojuist het prachtige verhaal gehoord over Abraham, die heel
vertrouwelijk met God wandelt, als met een vriend. Sterker nog, hij is zo
vertrouwd met zijn God, zo intiem, dat hij zijn God ter verantwoording durft te
roepen.Abraham had God leren kennen als de Rechtvaardige, die barmhartig was
voor mensen. Die hem, Abraham tot een groot volk zou maken, met nakomelingen zo
talrijk als de zandkorrels aan het strand van de zee en de sterren aan de hemel.
Die God kan toch zomaar niet een stad laten verdwijnen waar nog rechtvaardigen
woonden? En Abraham begint een soort ‘handje-klap’, een onderhandeling met
God om het lot af te wenden van de stad, omwille van de rechtvaardigen.. opdat
er tenminste tien bewoners zouden overblijven: net genoeg om – in de synagoge
– de eredienst te laten doorgaan! Hoe terecht was zijn aandringen en hoe vaak
gebeurt het niet, tot op vandaag, dat rechtvaardige mensen meegezogen worden in
de spiraal van geweld en lijden! We kennen toch allemaal het gezegde: ‘De
goeden moeten het met de kwaden ontgelden.’ Maar dát is Gods bedoeling niet;
God hoort de klacht van de zwakke, hoort zijn vriend Abraham, de gelovige, de
getrouwe die ooit alle zekerheden achterliet om het onbekende tegemoet te gaan
… alléén vanwege een Stem! En God verhoort zijn smeekgebed.
(En
zo zegt ook Psalm 138, God hoort: ‘wanneer ik tot U riep, hebt Gij mij steeds
verhoord!’)
Diezelfde
innige band tekent ook de verhouding van Jezus tot de Vader. Regelmatig zoekt
Jezus de stilte voor ontmoeting en gebed, en om kracht op te doen voor zijn
missie. Wat gebeurt er met hem, wat is er aan hem te zien dat het bij zijn
vertrouwelingen zo’n diepe indruk maakt? En is dat ook weggelegd voor u, voor
mij? Zó verbonden te zijn met god via het gebed dat het zichtbaar wordt in je
manier van doen.
Jezus
zegt niét tegen de leerlingen: dit of dat heb ik gebeden, gevraagd. Dát houdt
Hij voor zichzelf, maar Hij doet wel twee andere dingen: Hij leert de leerlingen
hoe zij God mogen aanspreken: met ‘Vader…’ en Hij geeft hen twee
gebedswensen. De eerste is: ‘Uw Naam – dat is Gods Naam – worde
geheiligd’. Dat betekent: alle eer is voor de Vader, wij zijn zijn kinderen.
En de tweede is: ‘Uw Rijk kome’ dat is, dat zijn Naam recht zal doen en dat
het Godsrijk mag aanbreken, nu al en dat het ooit tot voltooiing zal komen.
Wanneer
wij bidden, stellen we ons hart open voor God. Zowel in Genesis als bij Lucas is
het cruciaal, dat wij
mogen aandringen. In de laatste regel van de Lucas-tekst staat zoveel
als: je probeert toch ook de goede dingen te geven aan je kinderen, en aan
iedereen die op jou een beroep doet, al komt het nog zo ongelegen. Maar God
schenkt zelfs het allerhoogste: de heilige Geest, aan wie om haar bidden. In de
parabel waarin iemand ’s nachts bij een vriend aanhoudend op de deur klopt
omdat hij brood wil lenen, geeft Jezus er blijk van dat je mág aandringen. Je
mag God laten weten dat je er bent, dat je hem nodig hebt! Wie vraagt, die
krijgt, wie zoekt, die vindt, wie klopt zal worden opengedaan. Dat kloppen dat
is rabbijns/joods. Op de tekst kloppen als op Gods Woord kloppen, tot dat Woord
voor ons opengaat en oplicht als een lamp voor onze voet!
De
lezingen van vandaag zeggen: wie waagt die vraagt (Abraham). Wie er alleen niet
toe komt, leer het samen met anderen. Wie denkt dat zijn/haar geloof gestorven
is, herinner zijn/haar doopsel. Ieder gebed is een overwinning op de dood van
het ongeloof en bidden we de verlossing, het rijk tegemoet.
Deze
overweging is uitgesproken op 28 juli 2007 in het Bonifatiushuis te Sneek door
Koos Rijpstra.
16e zondag: Gastvrij ontvangen
Genesis 18,1-10a
Kolossenzen 1,24-28
Lucas 10,38-40
Eigenlijk
is Marta goed bezig. Zij is gastvrij: Jezus en zijn leerlingen zijn welkom in
haar huis. Zo maakt zij eten en drinken klaar en daar heeft zij de handen vol
aan. De gasten voelen zich thuis. Jezus heeft iets te vertellen en Maria wil
graag horen wat Jezus te zeggen heeft. Eigenlijk is Maria goed bezig. Zij is
beleefd en
is vol aandacht voor wat haar gast te zeggen heeft. Zij geeft de gast
gelegenheid zijn woordje te zeggen en zij is een en al oor voor hem.
Het verhaal van Marta en Maria is één van de bekendere verhalen uit het
evangelie. Het gevaar van dit verhaal is dat we zo gauw gaan moraliseren. We
gaan partij kiezen voor één van de twee. Of nog erger we gaan iemand de rol
van Marta of de rol van Maria toe bedelen. En mogelijk hebben we zelf al een
keuze gemaakt dat de rol van Maria veel beter past. Of dat het werk dat Marta
doet, veel gastvrijer overkomt. Wie zich op dit vlak gaat begeven, gaat aan de
intentie van het verhaal voorbij. Want
komen niet beide kanten van deze twee vrouwen in ons doen en laten in mensen tot
uiting. Zijn we niet in het ene geval de Marta en dan weer eens in het andere
geval de Maria. Het
komt er op aan dat we in omstandigheden kiezen.
In
de meeste vertalingen laat Jezus Maria het beste deel kiezen. Maar in
werkelijkheid staat er dat Maria het goede deel gekozen heeft. Het
goede deel is dat deel dat ieder van ons uit Gods hand ontvangt.En wat je van
God krijgt is begrijpelijk dan ook het beste deel, want er is geen beter deel
dan het deel dat God ons toevertrouwt. Maar wat maakt dat deel dat Maria gekozen
heeft, zo goed? Ik denk dat Maria helemaal kiest waarvoor zij kiest. Maria heeft
gekozen, zegt Jezus. Zij verkiest dit ene, zij verkiest het woord van Jezus. En
omdat zij dit ene kiest, is dit voor haar belangrijk. Marta
kiest niet, maar maakt zich bezorgd om veel dingen. En in die zorg is zij
ongelukkig, voelt zij zich achtergesteld door haar zuster. Slechts één ding is
nodig.
God
zelf geeft het goede voorbeeld: in de ontmoeting die de gasten van Abraham
ontvangen, is het God zelf die Abraham toekomst geeft door zijn nageslacht. Sara
zal een zoon krijgen. Bij
de boom Mamre ziet Abraham, hij ziet God. Mamre
betekent namelijk; die wordt gezien. Abraham ziet zijn gasten letterlijk zitten.
Vanaf het moment dat zij voor hem staan tot en met dat ze weer verder trekken,
is Abraham op hen betrokken en gedraagt hij zich als hun dienaar en daarmee als
hun gastheer. Hij staat open voor hun komst en hun aanwezigheid zonder
voorbehoud. Ook Abraham kiest het goede. Het goede deel is het deel dat ieder
van ons uit Gods hand ontvangt. God sluit met hem een verbond, een belofte voor
het leven. Het
is God waarvoor Abraham gastvrij kiest.
Gastvrijheid
geef je en ontmoet je.
In deze en de komende weken gaan velen op weg, gaan mensen op vakantie. Het is
een tijd van loskomen van wat ons dagelijks bezig houdt, een tijd ook van
ontmoeten. Misschien zoek je mensen op die je lang niet gezien hebt; misschien
kom je mensen tegen die nog helemaal nieuw voor je zijn. Gastvrijheid kan
centraal staan. Onverplichte dienstbaarheid van de ene mens aan de andere zonder
dat er verplichtingen aan vast zitten. Je wilt open staan om een ander bij je
binnen te laten, zomaar omdat die ander de moeite waard is. Je geeft jezelf in
de ontmoeting aan anderen, aan de onbekend medemens. Is
dat ook niet kiezen voor het goede deel?
Jezus prijst wie kiest. Hij prijst Maria als een volwaardige leerlinge. Zij heeft goed gekozen. Zij doet er goed aan open te staan voor zijn woord. God prijst Abraham die de benen uit het lijf loopt om de gasten het naar de zin te maken. En bij het afscheid, na een jaar, zal blijken, dat Sara en Abraham open stonden voor het woord van de gasten. Jezus zal ook Marta prijzen. Hij roept haar bij haar naam om het roer om te gooien. “ Marta Marta “. Tweemaal roept Jezus haar. De herhaling van haar naam is typisch in de bijbel voor een roepingsverhaal. Marta hoort dat Jezus haar zus waardeert om haar eigen gave van verlangen om te luisteren naar Hem. Wat maak jij je druk over veel dingen.
Wij
mensen kunnen het zo druk hebben. We
hebben geen tijd of we nemen nauwelijks tijd om naar dat woord te beluisteren.
Wij zijn bezig met allerlei materiele en praktische dingen. We maken ons zorgen
over het klimaat, over onze zorg over onze financiën of noem maar op. Een
levensnoodzakelijke drukte. Is er wel tijd en ruimte voor onverwacht bezoek? Ons
geloofsleven raakt uitgeput en schraal, wanneer er in ons niet een basis van
rust en ruimte is voor elkaar. De tijd nemen om te luisteren en daar voor te
kiezen. Kiezen we voor het goed deel dat God ons geeft in zijn woord en dat is
tevens het beste deel. Jezus
spoort aan om te keizen, om het goede te kiezen. Gezegend zijn deze beide
vrouwen tezamen: zij zitten in elk van ons en wij zullen ook vervuld van Gods
aanwezigheid doen wat moet worden gedaan.
Wij zullen het goede deel, nee het beste deel, vinden en dat zal ons niet meer
ontnomen worden.
Deze
overweging is uitgesproken op 21 juli 2007 in de parochie te Blauwhuis en 22
juli in de parochie te Roodhuis door Jan Mulder.
13e zondag: Mijn hand erop!
1 Kon. 19,16b,19-21
Galaten 5,1.13-18
Lucas 9,51-62
Toen
de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus…Zo
begint het evangelie van vandaag. Jezus voelde dat de tijd gekomen was. Hij zou
optrekken naar zijn Jeruzalem waar de uiteindelijke beslissing zal vallen over
zijn leven. Of liever over de toekomst van zijn boodschap.Weten die leerlingen
waarnaar Jezus op weg is?
Zij kunnen het niet weten en het zal zijn tijd nog moeten krijgen voor dat de
verkondiging van dat Rijk van God op aarde zal beginnen.Tijd is ongrijpbaar. Wij
beschikken niet over tijd, wij kunnen alleen invulling geven aan die tijd, aan
de tijd van leven die ons gegeven wordt.Achteraf weet je wat het was wat komen
moest. Van tevoren weet je niet wat er zich in die tijd nadert.Heeft ook Lucas,
de evangelist, ook niet achteraf kunnen schrijven: dat de tijd van Jezus gekomen
was om naar Jeruzalem te gaan. Toch geloof ik dat Jezus wist van wat er in
Jeruzalem zou gaan gebeuren.Hij gaat op weg nog dwars door het land van de
Samaritanen heen. En dat geeft nog ergernis aan de leerlingen ook. Dit dorp was
niet het reisdoel van Jezus, maar Jezus gaat het niet uit de weg.Hij gaat op
naar Jeruzalem om voor ons te sterven en op te staan voor een eeuwig leven.Hij
geeft ons zicht op toekomst. En daarin geloven we en geven wij ons over: aan een
toekomende tijd.Vaak houden we vast aan wat geweest is, aan wat we hebben
meegemaakt. Blijven herinneringen in onze gedachten van wat we hebben
meegemaakt.Wij staan blanco open voor wat komen gaat.
We
zeggen wel: we zien wel wat op mijn weg komt. Maar of wij ons echt over geven aan
de toekomende tijd?Ik moet hierbij denken aan bisschop Muskens of aan majoor
Bosshardt. Niet bang voor wat gaat komen.In een
boekje dat in onlangs gelezen heb over de toekomende tijd van bisschop Muskens,
gaat Arjan Boers met hem in gesprek. Niet over wat de bisschop allemaal gedaan
heeft, maar wat hem beweegt om zijn leven vanaf zijn emeritaat te gaan wonen in
een benedictijnen klooster in Teteringen, om zich toe te leven naar dat leven
waarvoor Jezus gestorven is en ons zicht geeft op leven in eeuwigheid.Majoor
Bosshardt geeft ons ook een boodschap mee: blijf gericht op God.. Opmaat tot
eeuwigheid, zo heet het boekje, met als ondertitel: waarden die ons in onze
welvarende en haastige westerse wereld kunnen helpen om rustiger en innerlijk
rijker te leven en te sterven. Aanbevolen om te lezen.
In
beiden, in Jezus en in Muskens en Bosshardt, zie ik een werkelijke gericht zijn
op het Rijk van God, gericht zijn op een toekomende tijd en niet vast houden wat
je bindt.Jezus is vastberaden, heeft duidelijk zijn doel voor ogen, geen
omwegen, niet omkijken, geen tijd te verliezen, nu recht op zijn doel af: Het
koninkrijk Gods.De vossen hebben holen, de vogels hebben nesten, maar de
Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.De mensenzoon
kent geen vastomlijnd leven.Wie Jezus volgt, is als een vos zonder hol, een
vogel zonder nest.Dat is voor wie Hem wil volgen, niet aantrekkelijk: geen
rustpunt, geen thuishaven, die moet je achter je laten.Tot driemaal toe horen we
vandaag: Volg Mij om niet meer om te kijken, om geen afscheid te nemen, geen
familie meer te hebben.Het zijn harde woorden van Jezus die zeggen als je dat
niet kunt, blijf er dan maar. Is het onmenselijk, meedogenloos?Het tegendeel is
waar.
Het
evangelie lokt uit, nodigt uit tot leven om ons hol verlaten.Niet vast te zitten
aan het verleden, maar met Gods Geest de toekomst te laten werken en daarin te
geloven. Het vraagt om een beslissende stap te zetten naar buiten je kringetje;
een stap te zetten in de richting van de ander.
God
nodigt uit, Jezus verwoordt het ons en Paulus wijst ons erop dat we daar wel
vrij in zijn. Niet gebonden aan zijn wetten, niet vast zitten aan gedwongen
verplichtingen.Maar als een vrije vogel, als een rusteloze vos zonder hol, met
alles wat in ons is,als een vrije mens te gaan staan in het Koninkrijk Gods en
daarnaar toe te leven.Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat
achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.Ja, maar… Hoe vaak ontsnapt
dat zinnetje ons niet, als iets gevraagd wordt waar we eigenlijk tegenop zien?
Het klinkt wel aardig wat je vraagt, maar…
Goh, wat een goed idee, maar…
Wij zouden wel willen, maar…
Jezus duldt geen excuus. Elia wil geen “ja maar..” horen als hij Elisa
vraagt.
Er
zijn momenten in je leven dat je een stap moet durven nemen.Als je samen als een
gemeenschap wilt leven; als je je in zending of missie wilt inzetten voor de
minder bedeelde medemens; als je kiest voor het priesterschap of een
kloosterleven of als je aangeraakt door Gods mysterie je daar in je dagelijkse
leven gehoor aan wilt geven en ernaar wilt leven.Zo krijgt ieder in zijn leven
toch ook een mantel toegeworpen.
Wist Elisa van de profetenmantel van Elia? Hij zal waarschijnlijk deze
begeesterde profeet gekend hebben.Elisa’s
tijd nadert, is aangebroken voor zijn vervulling.
Het beeld van een mantel toegeworpen te krijgen overkomt ook ons.Neem je de
mantel aan, je kunt je er in hullen, je kunt je door de mantel afschermen van
alle verkeerde invloeden van buiten, je kunt je koesteren in de warmte van een
mantel.En je kunt de mantel ook weer doorgeven. Toen het bestuur van de
Karmelbeweging gekozen werd, gebruikte de prior provinciaal de lezing van
vandaag. Zoals Elisa niet wist wat hem te wachten stond toen Elia hem riep, dankt
Hij de Heer door te offeren. Daarna vertrok Elisa en volgde Elia en werd zijn
dienaar.Zo sprak de prior een zegen-gebed uit over het gekozen bestuur en alle
leden. Ik had de functie aanvaard en symbolisch de mantel aangetrokken. Wie een
taak binnen een gemeenschap op zich neemt, aanvaardt een taak voor de toekomende
tijd. Vooruit durven kijken met hart en ziel omdat wij geloven dat we daartoe
geroepen zijn.Niet opzien tegen wat voor je ligt, maar net Jezus en vele anderen
naar de opmaat naar eeuwigheid op weg durven gaan.
Deze overweging is uitgesproken op 1 juli 2007 in de parochie te Heeg door Jan Mulder.