HET VERHAAL:  deel 1

 

In het verre oosten, heel ver hier vandaan, stond een groot paleis met prachtige torens. In dat paleis woonde de

goede koning Baltasar. Iedere avond beklom hij één van die hoge torens en keek dan urenlang naar de sterren.

De koning bezat een héél oud boek. Daarin had hij gelezen dat al die blinkende sterren de gouden letters waren

van een brief, die op de donkere hemel was geschreven. Als je die brief las, wist je precies wat er in de komende

tijd zou gebeuren: of er oorlog of vrede zou komen, armoede of rijkdom, treurige of blijde dagen. En wie zou dat

niet graag willen weten?

Op een avond ontdekte koning Baltasar een nieuwe ster, die groter was en meer licht uitstraalde dan de andere.

Zo’n prachtige ster had hij nog nooit gezien! Wat zou dit teken aan de hemel kunnen betekenen? Misschien kon

hij dat in het oude boek vinden! Snel ging hij baar zijn kamer. Hij pakte het boek, bladerde erin… en ja, daar

stond het: “Er zal een ster aan de hemel verschijnen, groter en stralender dan een mens ooit heeft gezien.

Dit is het teken dat er een Koning geboren is, die op aarde een Rijk van Vrede zal stichten.”

“Dat is goed nieuws”, dacht Baltasar. “Dat moet ik opschrijven.”

En hij schreef het goede nieuws op een mooi vel papier dat hij in een envelop stopte om het steeds bij zich te kunnen houden. En terwijl hij aan het schrijven was, kreeg hij een idee.

“Als dat zo is,” dacht Baltasar, “dat er een Koning geboren is, dan wil ik die Koning gaan begroeten. Ik houd ook meer van vrede dan van oorlog, en ik weet hou moeilijk het is om de vrede te bewaren. De jonge Koning kan mijn hulp daarbij vast gebruiken.”

toen zette de Koning zijn kroon op, sloeg zijn mantel om en droeg zijn dienaren op de kamelen te zadelen en alles in orde te brengen voor de lange reis. “Mogen wij ook weten waar de reis naar toegaat?” vroegen de dienaars. “Dat weet ik zelf nog niet,” zie Baltasar. “Maar kijk, wij volgen die ster.” En hij wees hun de nieuwe ster.

De kamelen waren snel gezadeld, waarna de koning en zijn gezelschap konden vertrekken. Sommige dieren sliepen nog half en begonnen ontevreden te brullen toen de zware zakken met water en eten voor onderweg over hun rug werden gehangen.

Door al het lawaai in de vroege morgen was de jonge prins Irenus wakker geworden. hij glipte snel zijn bed uit, liep naar het balkon en zag de kamelen. Op de voorste kameel zat zijn vader de koning. Wat gaat hier gebeuren, dat hij bij zichzelf. Het leek wel of zijn vader wilde vertrekken. Irenus probeerde nog wat te roepen, maar Baltasar hoorde niets.

Irenus rende zo hard als hij kon de trappen af naar hem toe. Onderweg struikelde hij bijna over zijn speelgoed. “Waar ga je heen, vader?” vroeg hij buiten adem.

“Er is een nieuwe koning geboren. In de sterren staat geschreven dat hij de mensen vrede zal brengen. Ik ga de pasgeboren Vredeskoning begroeten” vertelde Baltasar. “En dan geef ik hem deze gouden beker.” “Mag ik ook mee, vader?” vroeg Irenus. “O, een nieuw koningskind. Ik ben zo benieuwd!! En trouwens, mijn naam hoort wel bij dat kind, want Irenus betekent toch eigenlijk ‘vrede’?”

“Nee, mijn kind. Jij moet gauw weer gaan slapen,” was het antwoord. Toen bliezen de kameeldrijvers op hun fluit, de soldaten begonnen een wandellied te zingen en de lange karavaan vertrok.

 

 

 

HET VERHAAL: Deel 2.

Irenus stond voor het paleis waar hij woonde. hij keek naar de karavaan in de verte, die steeds kleiner werd.

Hij zwaaide nog een keer naar zijn vader. Wat jammer dat hij niet mee mocht. Toen ging Irenus weer naar binnen. Maar wat lag daar? Vlak bij de deur vond hij een envelop. Dat moest er één van zijn vader zijn. Hij kon het aan het papier zien. Zou zijn vader de

brief vergeten zijn? Wat stond erin? Zou het belangrijk zijn? Of was het een brief voor hem, omdat zijn vader zo

onverwacht vertrokken was? Irenus opende de envelop en las wat zijn vader geschreven had:

“Er zal een ster aan de hemel verschijnen, groter en stralender dan een mens ooit heeft gezien. Dit is het teken dat er

een Koning is geboren, die op aarde een Rijk van Vrede zal stichten.”

“Ja, dat was wat zin vader verteld had”, dacht Irenus. “Maar voor wie was die brief dan? Aan wie wilde hij dit vertellen?”

Zijn vader was de brief vast vergeten.

En toen kreeg Irenus een idee: hij zou de brief naar zijn vader brengen en dan kwam hij meteen ook bij de nieuwe koning. Hij rende naar binnen en kleedde zich vlug aan. “Ik wil de pasgeboren Koning ook zien.”, dacht hij. “Maar wat zal ik meenemen? Zo’n mooie beker heb ik niet…” Irenus keek eens rond in zijn kamer. En toen wist hij het: “Ik geef hem mijn drie mooiste stukken speelgoed.”

Eerst nam hij de bal die hij pas van zijn vriendje gekregen had. Hij glom bijna even mooi als de gouden beker! Hij stopte gauw ook een paar ballonnen in zijn zak. Toen stak hij zijn lievelingsboeken onder zijn riem. En toen riep hij Pluto, zijn witte hondje.

Met Pluto aan de lijn sloop hij het paleis uit. Niemand zag hem gelukkig. Zelfs de poortwachter liet hem gaan, want die sliep. Oei, het werd al bijna donker! Maar gelukkig wees de ster hem de weg.

Irenus en Pluto liepen de hele nacht de ster achterna. Toen het ochtend werd, kwamen ze bij een dorp. Irenus hoorde iemand zacht snikken. Het was een meisje. “Wat is er met je?” vroeg Irenus. “Niemand wil met me spelen,” snikte ze, “ik ben helemaal alleen.” “Waarom wil er niemand met je spelen?” , vroeg Irenus. “Ze pesten me, omdat ze vinden dat ik stomme kleren aan heb,”  antwoordde het meisje. En toen zag Irenus de andere kinderen een eindje verderop. “Hé, moeten jullie haar hebben! Kunnen jullie wel. En maar doorgaan, hè, net zolang tot ze huilt. Oh, oh, wat een lol!” Irenus was echt kwaad. Pluto had dat wel in de gaten en begon keihard mee te blaffen. Dat hadden die pestkoppen nog niet eerder meegemaakt. En die hond…. ze maakten dat ze wegkwamen. Het meisje lachte door haar tranen heen. Dat had ze nog nooit eerder meegemaakt dat er zomaar iemand aardig voor haar was.

“Weet je wat? zei Irenus, “Neem deze bal maar, dan heb je ook een speelkameraadje.” Zelf ging hij onder een boom zitten om uit te rusten. Hij keek naar de hemel en zocht de ster. Maar hij zag hem even niet. Het was nog niet donker. Toen dacht hij weer aan de brief van zijn vader: “Een Koning, die op aarde vrede zal brengen.”

Dat zou goed nieuws geweest zijn voor dat meisje, en voor die andere kinderen trouwens ook. Jammer dat ze de brief niet hebben kunnen lezen.

 

 

 

HET VERHAAL: Deel 3.

Irenus zat nog onder de boom. Hij was in slaap gevallen. Wat wil je ook als je de hele nacht doorloopt en de

ster volgt. Pluto was al wakker. Hij had de schoen van Irenus in zijn bek. Alsof hij wilde zeggen:

“Gaan we verder?” Het werd alweer donker. De ster was weer zichtbaar aan de hemel. Nu konden ze verder

gaan. Irenus pakte het boek en de riem van Pluto. Hun weg liep verder langs het meer. Daar lag een nijlpaard

met een vogel op zijn rug. Irenus lette goed op de ster, zodat hij de weg niet kwijt zou raken. De volgende

ochtend stonden ze ineens voor een klein huis. Er kwam een oude man naar buiten. Hij leunde op zijn stok.

Hij keek erg verdrietig. “Wat scheelt eraan?” vroeg Irenus bezorgd. “Ik ben oud en ziek”, klaagde de man.

“Mijn benen doen pijn en willen niet goed meer vooruit. Daardoor zie ik nooit meer iets van de wereld.”

“O, maar daar weet ik wel raak op”, zie Irenus. “Ik geef u dit mooie boek, vol prachtige platen van bloemen

en mensen en dieren. Die hebt u nu altijd om u heen!” En samen bekeken ze het boek. “Kijk eens, er staan

ook versjes en verhalen in”, riep de oude man verrast. “Als ik erin lees is het net of de wereld dichtbij mij is. Dan ben ik nooit meer zo alleen.” Irenus bleef bij de man tot het donker werd. De ster was weer te zien. Hij riep Pluto bij zich en samen gingen ze verder.

Aan de derde nacht leek maar geen einde te komen. Irenus had blaren op zijn voeten en Pluto hinkte. Ze begonnen allebei hun vertrouwde bed te missen. Gelukkig konden ze een stukje in een bootje varen. Irenus hield de ster steeds goed in de gaten, zodat hij hem niet uit het oog verloor! In het bootje las hij nog een keer de brief van zijn vader.

“Er zal een ster aan de hemel verschijnen, groter en stralender dan een mens ooit heeft gezien. Dit is het teken dat er een Koning geboren is, die op aarde een Rijk van Vrede zal stichten.”

Dat was echt goed nieuws: er is iemand gekomen die vrede komt brengen. De ster zal hem er heen brengen. Maar voor wie zou die brief nu geschreven zijn? Zolang hij de brief had, wist niemand anders van het goede nieuws. Toen kreeg Irenus een idee. Hij pakte de brief van zijn vader en schreef erbij:             “Een bal en een boek

                                      brengen vrede dichtbij.

                                      Ik ben de koning te rijk:

                                      drie mensen tevreden.”

Hij haalde de ballon uit zijn zak en met alle adem die hij had, blies hij de ballon op. De brief maakte hij met een touwtje vast aan de ballon. Hij keek omhoog naar de ster boven aan de hemel en toen liet hij de ballon los. Goed nieuws moet je niet voor jezelf houden, dacht hij. Bij wie zou het goede nieuws nu terecht komen?

 

 

 

HET VERHAAL: Deel 4.

Het werd licht. De ster was niet meer te zien. Irenus en Pluto zaten nog steeds in het bootje. Ze waren in slaap

gevallen. Plotseling werden ze wakker omdat het bootje tegen de kant botste. Ze waren bij een boerderij beland.

Ze stapten uit het bootje en klopten op de deur van de boerderij. Irenus en Pluto mochten daar wat uitrusten.

Daar woonde ook een jongen, die net zo oud was als Irenus. Die jongen lag al maanden lang met een ziek been

in bed.toen hij Irenus zag, werd hij jaloers. Hij wou maar dat hij ook zo kon lopen als Irenus en dat hij gezonde

en sterke benen had. Opeens wilde hij niet langer praten met Irenus en verborg zijn gezicht in het kussen.

Irenus haalde Pluto erbij. Het hondje sprong meteen op het bed van de zieke jongen. Hij begon te snuffelen en

te kietelen net zo lang tot de jongen zich lachend omkeerde en hem aaide. Toen wist Irenus wat hij zou doen. Hij drukte Pluto’s lijn in de hand van de zieke jongen en verliet stilletjes de boerderij. Toen Irenus buiten was, voelde hij de tranen in zijn ogen komen. Hij had nu alles weggegeven, zelfs zijn beste vriendje. Maar toen hij aan het arme meisje en de oude man dacht en de zieke jongen achter zich hoorde lachen, veegde hij zijn tranen gauw weg. Zo vlug hij kon liep hij nu door, zonder op de weg te letten. Hij struikelde, maar stond weer op, liep verder en struikelde opnieuw. Toen bleef hij liggen en viel in een diepe slaap. Hij droomde over zijn ballon met het goede nieuws. De ballon veranderde eerst langzaam in Pluto en daarna in het tevreden gezicht van de zieke jongen.

Irenus werd pas wakker toen het donker was. Hij keek even verward om zich heen. Had hij de hele dag geslapen? Hij voelde zich helemaal uitgerust en ging vrolijk verder. De dieren in het bos keken hem verwonderd na, maar hij lette alleen op de ster. Opeens bleef de ster boven een huisje stilstaan. En toen Irenus naar de hemel keek, zag hij ook weer zijn ballon met de brief eraan. Zou hier het goede nieuws te vinden zijn? Zou hij hier de pasgeboren Koning zien? Maar dit was toch geen paleis?

Irenus liep naar het huisje toe en deed voorzichtig de deur open. In het huisje zag hij een man en een vrouw. Ze bogen zich over een kind dat in een kribbe lag: dit moest de pasgeboren koning zijn, de Vredesvorst. Toen hij aan het licht gewend was, zag hij ook zijn vader en nog twee andere koningen. De drie koningen legden hun geschenken aan de voeten van het kind: een kostbare vaas met mirre, een zilveren schaal met wierook en de gouden beker van Baltasar. Irenus maakte een buiging voor het kind. Hij durfde niet goed naar de moeder te kijken. Hij wilde vertellen dat hij met zijn bal een arm meisje, met zijn boek een oude man en met zijn hondje een zieke jongen had getroost…. Hij wilde uitleggen waarom hij nu niets meer had om weg te geven…. Maar hij kon niets meer zeggen. Het was net of zijn stem het niet meer deed.

De vrouw begreep hem, drukte Irenus tegen zich aan en fluisterde: “Dit kind is heel blij met jouw lege handen. Wat jij voor anderen hebt gedaan, heb je ook voor hem gedaan. Dat is het mooiste geschenk voor het kind.”

Irenus werd helemaal verlegen. Hij keek naar buiten en wat zag hij daar? Daar kwam juist de ballon naar beneden. Irenus rende naar buiten, pakte de ballon stevig vast en nam hem mee naar binnen. Zijn vader herkende de brief aan de ballon, maar zei niets. Hij lachte alleen. Irenus gaf de ballon aan de pasgeboren Koning….. de Koning die op aarde een rijk van vrede zal stichten.