DE
KLEINE TROMMELJONGEN:
In
Amerika is het verhaaltje van de kleine trommeljongen (The Little
drummerboy) heel bekend, er is ook een liedje van die je op de achtergrond
van deze pagina hoort. Hieronder staat het verhaal van de trommeljongen en
daaronder staat het liedje.
Heel lang geleden, vlak bij de stad Bethlehem, leefde eens een kleine jongen
van wie de familie heel arm was. Zijn kleren waren versleten, soms had hij
honger, want er was niet genoeg te eten. Maar de jongen had 1 ding waardoor
hij toch gelukkig kon zijn. Hij had een trommel, die trommel was van zijn
vader, en daarvoor van zijn opa. Jaren terug, toen zijn opa nog jong was,
had hij de trommel gekregen van rondtrekkende muzikanten. Toen de kleine
jongen oud genoeg was leerde zijn vader hem param pampam pam spelen, op de
trommel. Nu was de trommel van de kleine jongen, en hij hield heel veel van
zijn trommel. Elke dag speelde hij erop en liep door zijn dorp. De andere
kinderen volgden hem terwijl hij speelde en zongen mee en marcheerden in de
maat. Soms liepen er zelfs dieren mee in de parade! De kleine jongen speelde
zo vaak op de trommel dat hij er heel goed in werd. De mensen in het dorp
noemden hem al gauw de kleine trommeljongen. In dezelfde tijd, is het stadje
Nazareth moesten Jozef en Maria op reis. Maria was in verwachting, maar ze
moesten naar Bethlehem. In Bethlehem was het heel druk, zo druk dat ze geen
plaats konden vinden om te slapen. Ze werden naar een kleine stal gestuurd
door een herbergier. Jozef en Maria waren zo moe en koud dat ze blij waren
dat ze in het stro in de stal konden gaan liggen. Die nacht werd Jezus
geboren, en Maria legde hem voorzichtig in een kribbe met stro. Buiten op
het veld waren de herders. Ze pasten op hun schapen. Het was een heel gewone
nacht. Dan ineens... is er een helder licht, alsof het dag werd. En daar
stond een engel in het licht. De engel zei: "Wees maar niet bang . Ik kom
jullie een boodschap brengen van God. Jullie zullen allemaal erg blij zijn.
In Bethlehem is een bijzonder Kindje geboren. Een Kind dat alle mensen
gelukkig zal maken. Ga Hem zoeken. De herders gingen Hem zoeken en vonden
Jezus. Ze vertelde het grote nieuws aan iedereen. Iedereen had het over de
kleine Jezus. Ook de trommeljongen hoorde van Jezus. Hij wou ook wel graag
naar het Kindje kijken, maar hij had niks om te geven. Die nacht zag hij een
heldere ster schijnen. Even later kwamen er 3 vreemde mannen op kamelen door
de straat, ze hadden mooie kleren aan en ook mooie dingen bij zich, het
waren koningen. Zouden zij ook naar Jezus gaan kijken? De kleine
trommeljongen besloot hen te volgen. Hij hoorde de 3 mannen praten over de
ster. Ze waren de ster al van heel ver gevolgd, en nu scheen de ster boven
een stal. De 3 koningen gingen de stal binnen. Toen ze Jezus zagen bogen ze
en gaven hun mooie geschenken. De kleine trommeljongen stond buiten en zag
dat allemaal gebeuren. Wat kan ik doen dacht hij, ik heb niks om te geven,
verdrietig draaide hij zich om en liep terug naar huis. Toen zag hij de
trommel die aan zijn zij hing. Plotseling wist hij wat hij de kleine Jezus
kon geven. Hij zou voor Hem op de trommel spelen. Hij ging terug en toen hij
de stal weer zag begon hij zacht te spelen en te zingen:
|
Ik ga naar Bethlehem param pampam pam
en sla mijn trom voor Hem, param pampam pam
Want voor de sterre scheen, param pampam pam.
is plaats voor iedereen param pampam pam
ram pam pampam ram pam pampam.
Jezus de koning kwam param pampam pam
in de stal param pam pampam param pam pampam
En Maria zei: param pampam pam
Je slaat je trom zo blij, param pampam pam
En kijk, mijn Kindje lacht, param pampam pam
Het heeft op jou gewacht,param pampam pam
ram pam pampam ram pam pampam.
Sla je trommel maar, param pam pampam
in de stal param pam pampam param pam pampam
En hij sloeg de trom param pampam pam
het werd al stil alom, param pampam pam
de engelen waren heen, param pampam pam
ook de herders een voor een param pampam
ram pam pampam ram pam pampam.
Maar hij sloeg de trom param pam pampam
in de stal param pam pampam param pam pampam |
|